Latrelatie

Sinds januari loop ik hard. Twee tot drie keer in de week. En het rare is, ik vind het leuk. Zo leuk zelfs dat ik er boeken over lees, gadgets voor koop (ok je hebt gelijk dat is niet bijzonder, er is altijd wel een excuus om een gadget te kopen) en erger nog ik moedig andere mensen tot vervelends toe aan om ook te beginnen met lopen. Ik heb zelfs al een 5K en een 10K wedstrijd gelopen en wil volgend jaar graag mijn eerste marathon lopen. Waarom dat voor mij zo bijzonder is? Even een stukje geschiedenis:

Vijftien moet ik geweest zijn. Of misschien net 16. Ik zat in de B2 dat weet ik nog wel. Even googlen, ben zo terug…

Eerste zoekresultaat geeft “B-junioren: 14-16 jaar”. Dat klopte dus wel aardig. Sorry, is voor het verhaal verder helemaal niet relevant, maar ik ben graag volledig als ik iets vertel.

Het was een zaterdagochtend en het vroor en sneeuwde flink (wel relevant!). Ik stond te koukleumen onder de lat bij de B2 van VV Vreeswijk. Het was steenkoud en de bal bevond zich al 20 minuten op de verkeerde helft. De verkeerde helft als je behoefte had aan lichaamsbeweging. En dat had ik. Om nog enigszins op temperatuur te blijven liep ik af en toe wat naar de rand van de zestien en dribbelend achteruit weer terug. Soms wat naar links, soms wat naar rechts. En altijd achterom kijken of de hoeken goed waren en ik wel netjes in het midden van mijn doel bleef.

Voetbal. Ik vond er geen hol aan. Vroeger keepte ik altijd op het pleintje. Twee jassen zes grote stappen uit elkaar en er kwam geen bal in, daar zorgde ik wel voor. 7 meter 32 is de breedte van het doel waar ik nu instond. Ik kan me nog goed mijn eerste wedstrijd herinneren van vorig jaar: 11-1 verloren. Ik stond bij elk doelpunt volledig verkeerd in mijn doel. De supporters van de tegenstander achter mijn doel kwamen bij elk doelpunt niet meer bij van het lachen. De spitsen van de tegenpartij kwamen zo elke 5 minuten het strafschopgebied in en de bal werd bij elke goal netjes met de binnenkant voet achter mij in het netje geplaatst. Ik had het nakijken. Een vreselijk jaar volgde met ballen die uit mijn handen glipten, doeltrappen die op de voet van de spits van de tegenstander belandden en bij elk doelpunt voelde ik me beroerder.

Het fluitsignaal ging. Ik had de eerste 45 minuten overleeft, zonder een bal gezien te hebben. Ook in de verte overigens niet, want het sneeuwde inmiddels behoorlijk, dus ik zag geen hand voor ogen. Een hele helft zonder doelpunt tegen… ineens wist ik het. Ik kap ermee. Stoppen op je hoogtepunt toch? Ik was er helemaal klaar mee. Ik wilde geen minuut meer onder die lat staan. Ik liet me vallen, stak mijn hand omhoog en fakete een blessure. Ik sport nooit meer! Ik kleedde me aan, sprong op mijn fiets en reed in olympisch tempo naar huis.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *