De wonderlijke tijdmachine

Judith heette ze. Het meisje waar ik jaren lang smoorverliefd op ben geweest. Ze had lang golvend blond haar, blauwe ogen en in de winter droeg ze altijd van die heerlijke warme dikke truien. Vaak in het roze, met horizontale banen erop – geen idee waarom ik me dat herinner. Op het hoogtepunt van mijn verliefdheid zat ik, zij trouwens ook, in groep 8 – toen heette dat nog klas 6 – en meester Harm vertelde ons welke musical we gingen doen. “De wonderlijke tijdmachine van professor Knap”. Judith kreeg de hoofdrol en werd de jonkvrouw. Ik hoopte met elke vezel in mijn bebrilde lijfje dat ik de rol zou krijgen van de troubadour. Dan mocht ik met mijn kartonnen gitaar een lied voor haar zingen, haar hart veroveren en zouden we in de laatste scène met elkaar trouwen.

Ik werd holbewoner. Niet eens DE holbewoner, maar holbewoner nummer 3, samen met Arjan en Bert. In niets meer dan een juten zak, zong ik op musicalavond “Vlucht, alle mensen vlucht, de grote grijze beer, oei!” – terwijl Judith hand in hand stond met troubadour Niels. Toen de musical was afgelopen heb ik Niels – samen met Arjan en Bert – opgewacht in het steegje naast de school. We hebben hem helemaal in elkaar gerost.

Was het maar waar. Ik had maar wat graag die gitaar om de nek van onze troubadour willen draaien. Maar Niels was drie koppen groter en breder en Arjan en Bert waren dikke vette schijtluizen. En om het nou alleen te doen.

Ik heb nooit wat durven zeggen, nooit wat durven doen. Al die jaren. Hopend dat ze me een keer zou vragen om te schuifelen op een schoolfeest. Uiteindelijk is ze verhuisd en heb ik haar nooit meer gezien.

Het is 12 maart 2018. De dag na D-day. Ik sta op zolder de wasmachine vol te laden met mijn vuile hardloopkleding. Ik haal mijn wedstrijdshirt uit mijn tas, pak het vast bij de mouwen en terwijl het shirt naar beneden zakt, verschijnt mijn startnummer. 9870 – Wesley Verbeek – Halve marathon Den Haag 2018 staat erop. Hal-ve ma-ra-thon. Ik heb gisteren gewoon een focking halve marathon gelopen! 21,1 kilometer! En ik leef nog!

Niet normaal. Ik kan het nog steeds niet geloven. Twee jaar geleden begon ik mijn reis van marathon tv-kijken naar marathon hardlopen, na een leven zonder sporten. Ik had nooit verwacht dat ik zo ver zou komen. Of mijn lichaam zou instorten, of ik zou het opgeven – waarschijnlijk allebei, ruim voordat ik ooit mijn eerste 5k zou lopen. Geen van beiden gebeurde.

Ik voel een berg endorfine door mijn lichaam schieten, met een kracht die niet minder zal zijn geweest dan het ontploffen van een atoombom. Mijn hele lichaam juicht en wetende dat er niemand kijkt, pak ik even een dansmomentje met de Robot, de Running man en de Carlton dance. Ik buig om het applaus in ontvangst te nemen en wanneer ik weer omhoog kom zie ik meester Harm. En daarna de zaal vol mensen. Het is musical avond. Ik kijk naar rechts en zie – naast de tijdmachine van professor Knap – Judith staan. Hand in hand met haar troubadour. Ik voel de knoop in mijn maag weer opkomen. Dan kijk ik naar links en zie Arjan en Bert staan in hun juten zak, gewapend met crêpe papier knuppel. Ik kan niet anders dan lachen om hoe  debiel ze er – en ik dus ook – uit zien. Dan hoor ik langzaam het slotapplaus aanzwellen en kijk naar voren. Alle mensen gaan staan en ik voel kriebels opkomen in mijn buik. Deze keer niet van Judith, maar van trots. Deze kleine aap is trots op zichzelf. Ook al krijgt hij die avond zijn jonkvrouw niet, onze kleine holbewoner voelt voor het eerst een gevoel van zelfvertrouwen. Een gevoel dat – wat hem ook allemaal te wachten staat – het met hem uiteindelijk wel goed zal komen in deze wereld.

 


1 Comment

  • 😂😂😂😂😂😂 Wat een geweldig stukkie weer zeg!
    Vooral als je de personen in kwestie kent, zeg maar…
    Heb het met veel plezier gelezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *